Verslaggever: Stef Renkens
Op zondag 16 november trok ploeg 17 naar Gent voor de derde ronde van de interclubs. Mogen gaan spelen bij de grootste en een van de oudste clubs van het land op zich is al een belevenis. KGSRL (Koninklijke Gentse Schaakkring Ruy Lopez) is namelijk eigenaar van haar clublokaal, en heel het pand, dat luistert naar de naam “Schaakhuis Caïssa” ademt “schaken”, tot en met het ijzerwerk voor de ramen. Leuven Centraal mag in ledenaantal dan wel haast even groot zijn, en dit seizoen zelfs meer ploegen in competitie hebben, we zijn niet Koninklijk, we huren de lokalen waar we spelen en we hebben geen eeuwenlange geschiedenis. Als trots lid van Leuven Centraal voel ik me een “nouveau riche” als ik de tempel van KGSRL binnenga.
Ik treed het lokaal altijd binnen met een mengeling van eerbied en afgunst. Lucas en Prithuvik hadden vooral oog voor de schaakborden die her en der in het café de tafels sierden. Het duurde maar enkele tellen tot een tafeltje ingepalmd hadden en aan het blitzen sloegen. De treinreis had hun gretigheid niet afgebot.
Ploeg 15 van KGSRL is de ploeg van bestuursleden en andere “oude rotten” van het spel. De ploeg telde enkele goede bekenden. Zo bleek ik te spelen tegen Werner Cornelis, een van de drijvende krachten van de club, en ook van het Open van Gent. Werner heeft me afgelopen zomer enkele goede tips en gouden raad gegeven, vooral betreffende belichting van de speelzaal. Het Gentse tornooi wordt in een kerk gespeeld, terwijl wij voor de eerste keer met het Open van Leuven naar een abdij trokken. Ik zal Werner eeuwig dankbaar blijven voor zijn gouden raad.
De wedstrijd werd het gespeeld in de O’Kelly-zaal. Uiteraard zijn alle ruimten in deze schaakbasiliek naar helden van het spel genoemd. Voor wie het niet weet: Albéric O’Kelly de Galway (1911-1980) was de eerste Belgische grootmeester.
Leuven Centraal 17 speelde met hetzelfde viertal als tijdens de voorbije rondes. Net zoals in de twee eerste rondes was het Prithuvik die de weg toonde. Zijn tegenstander kwam tien minuten te laat, zag, en gaf een kwartiertje later op.
Stand na 20. ... Le7
Wit: Prithuvik Logarathinam Manjula
Zwart: Stefaan De Visser
1. e4 d5 2. exd5 Dxd5 3. Pc3 Dd8 4. Pf3 Pf6 5. h3 Pc6 6. Lb5 Ld7 7. d3 e6
8. Lg5 Ld6 9. Pe4 Le7 10. 0-0 h6 11. Le3 Pxe4 12. dxe4 Lf6 13. c3 a6 14. La6 b5
15. Lb3 0-0 16. Dd2 Pa5 17. Lc2 Pc4 18. Dc1 Pxe3 19. Dxe3 Dc8 20. e5 Le7
Zie de stelling hiernaast. Wit heeft al een mooie plus opgebouwd, en speelde nu 21. Tad1. Een goede ontwikkelingszet met een dreiging. Zie jij de dreiging?
De zwartspeler zag het niet: 21. … c5? 22. Dd3 1-0
Stap 2: dubbele aanval met de dame.
In een teamcompetitie, zoals de interclubs, is een snelle overwinning altijd een mentale opsteker. Leuven Centraal 17 stoomde door en wist de ploegoverwinning snel veilig te stellen. Miguel verzekerde zich van een solide remise tegen een op papier veel sterkere tegenstrever. Lucas behaalde zijn eerste, deugddoende zege van het seizoen.
Stand na 27. Tb1
Eeuwige dankbaarheid jegens mijn tegenstander betekende niet dat ik hem een sportief cadeau wou geven. Ik speelde met wit en had op c5 een ongrijpbaar monster neergepoot. De pion op a6 is niet meer te redden. De beste manier om de pion weg te geven is 27. … Lc6, zei Stockfish me. Er volgde echter:
27. … Tc7? (pent de pion op a6) 28. b5 Lc8 bxa6
Nu is het louter kwestie van de a-pion “door te stoempen” naar een snelle overwinning. In de tijdnoodsfase maakte ik echter enkele onnauwkeurigheden, waardoor zwart pas veertig zetten (en meer dan een uur) later de vlag streek.
Dat maakte dat we pas laat de treinreis terug naar Leuven konden aanvangen. Om half negen waren we terug thuis, moe maar tevreden, met en 3.5-0.5 overwinning op zak.
Borgerhout, here we come!
