Cappelle 2025 – een verslag

Verslaggever: Kevin Demiddele

TL;DR: Zéér leuk, gezellig, goed georganiseerd tornooi. Wit wint alles in mijn partijen.

De eerste keer Cappelle la Grande voor mij en ik ben in mijn eentje gekomen, met de trein tot Duinkerke, via Lille, al bleek achteraf dat het interessanter is om naar De Panne te treinen en van daar de bus naar Duinkerke te nemen. In Duinkerke verblijf ik in een AirBnB die geen luxe biedt maar wel alle comfort die ik nodig heb. Van daar neem ik elke dag de (gratis) bus naar de tornooizaal.
In dit tornooi spelen meer dan 500 spelers samen in één open groep,van grootmeesters tot ongeklasseerden. Versnelde paringen tot ronde 7 zorgen voor interessante confrontaties. Aanmelden is hier niet nodig indien je op voorhand betaald hebt. Wie wel moet aanmelden, moet dat in de voormiddag doen, lang voor de eerste ronde. Zo kan het dat de paringen voor die eerste ronde twee uur op voorhand al netjes online staan. Het tornooi begint ook mooi op tijd, na de half uur op voorhand geplande openingsceremonie. Zeer aangenaam allemaal.
We spelen negen ronden op zeven dagen, met dus twee dagen met twee partijen. Het tempo is dat van interclub, met extra tijd na 40 zetten. Lekker lang schaken. Ik loop meteen ook wat oude schaakbekenden (van 20 jaar geleden!) tegen het lijf, zodat ik sociaal gezien toch niet helemaal verkommer deze week.

Ronde 1. Tegen een Franse zestiger die net onder de 1800 is gezakt. Hij geraakt niet goed in de partij, panikeert denk ik een beetje en verbruikt daarbij zoveel tijd dat hij er na 24 zetten de brui aan geeft in een verloren stelling met 1 minuut op zijn klok. Een uitzonderlijk vlotte winst om mee te starten.

Diagram 1: Zwart aan zet

Ronde 2. Weer een Franse zestiger. Maar nu een Fide meester, die wel net onder de 2100 is gezakt. Het wordt een lange, spannende partij waarin ik toch aan het kortste eind trek in een eindspel met dame tegen twee torens. De remise was theoretisch af en toe een feit, maar praktisch was het te moeilijk om niet van het rechte pad af te wijken.

Probeer zelf: dit is het moment waarop ik finaal de mist in ging omdat ik het niet meer zag. Ik heb de witte koning al van de c-lijn helemaal naar de andere kant van het bord gejaagd, maar nu zijn de schaakjes op. Er is echter één zet die het nog kan houden voor zwart.

(de oplossingen staan achterin)

Ronde 3. Voor de verandering een Franse zestiger. Weer een 1700 speler, die wat tegenspartelt en zelfs even beter komt te staan maar uiteindelijk toch niet voldoende gewicht in de schaal kan leggen om mij van winst te weerhouden.

Diagram 2: Zwart aan zet

Ronde 4. Mijn rondje zestigers zit er op en de schaakgoden tonen hun ware, wreedaardige gelaat: een jeugdspeler, 14 jaar, net geen 2100 elo. Wanhoop! Maar kijk, het gaat wonderwel en ik zit veel beter in de partij dan mijn tegenstander. Maar wanneer hij in het nauw gedreven wordt, laat hij zijn klasse zien. Uit wat ik als een wanhoopspoging beschouw, schudt hij een aanval uit zijn mouw waartegen ik niet opgewassen blijk. Pijnlijke nederlaag, maar gewoon overklast.

Probeer zelf: Hier speelde wit f4, de ‘wanhoopspoging’ waarover ik sprak. Want ik heb dat punt voldoende verdedigd, toch?

Na de dag met twee partijen is er wat welgekomen ademruimte. Het vraagt veel verlof om een hele week te spelen, maar het is wel minder slopend dan tornooien met telkens 2 partijen per dag. Bovendien kan je van het langere tempo genieten. Quality time.

Ronde 5. In deze ronde krijg ik een cadeautje want mijn opponent blundert in de opening. Ik sta knalgewonnen na 10 zetten, maar kies daarna de knulligste manier om dat voordeel om te zetten in winst. Ik win heel wat materiaal, maar mijn dame komt vast te zitten in de hoek van het bord met gevaar voor eigen leven. Na heel wat gescharrel lukt mijn operatie ‘bevrijd de dame’ en daarna is het snel afgelopen, maar gezien de opening had ik niet degene moeten zijn die moest scharrelen. Anyway, punt binnen.

Ronde 6. Ik speel 15 zetten theorie terwijl voor mijn (sterkere) tegenstrever de klok tikt. Dat gaat goed, denk ik dan. Drie zetten later sta ik verloren. Kansloos onderuit. Geen partij om lang te herinneren.

Er is een leuke sfeer in Cappelle, die een beetje aan een schaakfestival doet denken. ‘La salle est ouverte!’ weerklinkt telkens een half uur voor de partijen en dan volgt luide, tijdloze muziek. Ik hoorde Bob Dylan, Queen, Radiohead, AC/DC en consoorten weerklinken in de grote zaal van het Palais des Arts et des Loisirs. Fijne plek om te spelen. Bovendien heeft iedereen een houten schaakset.
Om 15.45u worden ‘tous les Belges’ opgeroepen voor een groepsfoto. 65 landgenoten staken de grens over om hun zetje te komen doen. Tot dusver zag ik de foto echter nog niet verschijnen op de socials van L’échiquier Cappellois.

Naast naambordjes hebben ze in Cappelle ook landvlagjes voor alle spelers. Het heeft iets.

Ronde 7. In de eerste zes rondes was het resultaat van al mijn partijen 1-0. Dat betekende tot nu toe afwisselend winst en verlies tegen respectievelijk zwakkere en sterkere tegenstanders. Altijd winnen met wit en verliezen met zwart. In ronde 7, ondanks verlies in ronde 6, ontmoet ik mijn sterkste tegenstander, een veertienjarige CM van 2169, met wit. Helaas voor hem hebben de schaakgoden echter beslist dat wit echt alles wint in mijn partijen en zo boek ik één van mijn sterkste overwinningen in jaren, na wat geblunder langs beide kanten.

Diagram 3: Wit aan zet

Ronde 8. Tegen een 2000-er met zwart, dus verlies, grotendeels te wijten aan een inspiratieloze inzinking van bijna een half uur om dan met een slechte zet voor de dag te komen.

Ronde 9Ik ontmoet mijn laagst geklasseerde tegenstander van het tornooi, 1697, met wit 😉

Probeer zelf: Zwart viel net met een tweede toren binnen op de tweede rij. Hoe ga je om met de druk op g2?

Qua resultaat een relatief goed tornooi. Telkens afwisselend winst en verlies, goed voor 5/9, met de winst tegen mijn sterkste tegenstander als uitschieter. Met een TPR van 1983 mag ik tegenwoordig dik tevreden zijn. Ik stijg weer 10 puntjes en zo wordt mijn aftakeling en het zakken onder de 1900 weer even uitgesteld.
Maar vooral: een pareltje van een tornooi leren kennen. Geen evidente week om vrijaf te nemen van werk en gezin, maar mocht het volgend jaar weer mogelijk zijn, dan zien ze mij terug in Cappelle la Grande, hopelijk samen met wat schaakmakkers.
Bovenaan in de grote groep streden heel wat meesters en grootmeesters voor de winst. Die werd binnengehaald door de jonge twintiger Mahel Boyer, met 7,5/9. Hij is een Franse IM die recent zijn derde grootmeesternorm scoorde en binnenkort normaal gezien dus ‘GM’ voor zijn naam krijgt. Beste Belg, op de 33e plaats met 6,5 punten, was de nog heel wat jongere FM Elias Ruzhansky, tegen wie ik in Brugge ooit verloor toen hij 8 (!) jaar was. Ikzelf, ruimschoots ouder dan Boyer en Ruzhansky samen, moest me tevreden stellen met de 183e plaats, op 533 deelnemers.

De oplossingen:

  • Diagram 1: Ke5 kan het houden. Ik speelde doelloos Dg1 en gaf op na Td5+.
  • Diagram 2: Lf6 is de beste zet. Ik speelde exf4 en na Dc3 staat er plots een matdreiging op het bord. Td4 is dan al de beste zet voor zwart, terwijl mijn f6 het begin van het einde inluidt.
  • Diagram 3: Tbb2 is een blunder. Hier speelde ik wel de sterkste zet, namelijk h6. Zwart had niets beter dan Txg2+, Pxg2, Txg2+, Dxg2, Lxg2, Txg7+ en ik won de dame terug en kreeg een makkelijk gewonnen eindspel. Meteen Txe4 wint trouwens ook, maar wordt nog tricky na Tb1+, Kh2 (Te1 werkt niet omdat de dame ook de toren op g5 moet blijven dekken), Taa1 en matdreiging op h1.)

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *