Naar inhoud

Home Jeugdwerking Kinderen leren schaken

Kinderen leren schaken

In de schaakontwikkeling van een kind zijn drie dingen heel belangrijk:

De schaaktheorie en oefeningen

Onze club maakt, net zoals vele andere clubs met een jeugdwerking, gebruik van de bekende "stappenmethode" van Cor van Wijgerden en Rob Brunia. Twee Nederlandse meesters (in dubbele betekenis: zeer degelijke schakers en gerenommeerde schaakleraars) die hun fenomenale kennis in eenvoudige taal opgetekend hebben in zes boekjes. In die boekjes staat afhankelijk van de stap een aantal lesssen waarbij de theorie steeds gekoppeld wordt aan een groot aantal oefeningen. Deze oefeningen bestaan uit een schaakstelling (diagram), waar telkens een goede zet gezocht moet worden. De leerlingen moeten tijdens de les (of bij hun huiswerk) deze goede zet vinden en opschrijven. Voor de allerkleinsten kan dit door pijlen te trekken, voor de meer gevorderden door de oplossing te noteren volgens de schaaknotatie.

Er zijn 6 boekjes (6 stappen) van opeenvolgende moeilijkheidsgraad. Stap 1 omvat de basisbegrippen van het schaakspel, de spelregels, mat, aanval, verdedigen. Vanaf stap 2 wordt het al interessanter: dubbele aanval, penning en mat in twee passeren de revue. Stap 3 is al tamelijk gevorderd: tegenaanval, aftrekschaak en pionneneindspel maken van de leerlingen al bekwame schakers. Stap 4 en 5 maken het telkens iets moeilijker en bijgevolg ook iets interessanter, en Stap 6 is eigenlijk voor … de toekomstige clubkampioen!

We hebben voor deze methode gekozen omdat ze ons toelaat met veel interactie en quasi individuele begeleiding elke leerling op zijn tempo te laten groeien. Zo zijn er voor de erg gemotiveerde leerlingen nog extra oefenboekjes onder de vorm van Stap+ en Stap Extra werkboekjes.

Toch heeft deze methode een groot nadeel: de oefeningen geven maar één zet in een hele partij weer. Een partij spelen waarin je een opeenvolging van goede zetten moet doen en strategisch en positioneel denken is nog iets helemaal anders. Eigenlijk is een schaakpartij een opeenvolging van oefeningen waarbij in elke stelling de beste zet gevonden moet worden! Ook de psychologische vaardigheden die in een wedstrijd het verschil kunnen maken leer je niet door deze diagrammen in te vullen. Dit element van het leren schaken proberen we op te vangen met de twee volgende aspecten in de schaaktraining.

Partijen uitgelegd krijgen (analyse van partijen)

“Men leert tweemaal zoveel uit een verloren partij dan uit een gewonnen partij.” Dit is een citaat van een bekende schaker en ongetwijfeld waar. Het analyseren van partijen bestaat uit twee facetten. Enerzijds kunnen de kinderen leren uit de fouten in hun eigen partijen. Vandaar ook het belang om partijen te noteren. Anderzijds kan er veel geleerd worden door het naspelen van partijen van anderen, zowel op clubniveau als van ‘de groten der aarde’, met name de grootmeesters. De analyse van partijen gebeurt zowel door de lesgevers tijdens de lessen als tijdens tornooien waar de begeleiders aandachtig de partijen van de kinderen proberen te volgen.

En tenslotte … bij de groten …

Als de kinderen er rijp voor zijn kunnen ze officiële schaakpartijen spelen. Dit zijn partijen zoals ze door volwassenen gespeeld worden in tornooien, clubkampioenschappen en interclubcompetitie. De bedenktijd bedraagt dan doorgaans twee uur per persoon voor 40 zetten en nogmaals 30 minuten voor de rest van de partij. In onze club kan dit door deel te nemen aan het clubkampioenschap waar te partijen elke vrijdagavond om 20u30 van start gaan. Ook kan er in de interclubwedstrijden ervaring opgedaan worden. Dit is een competitie op zondagnamiddag tussen alle clubs in België waarbij er in 11 rondes uitgemaakt wordt welk team het sterkste is van zijn reeks.

Leren schaken heeft verschillende voordelen voor een kind: niet alleen leert het logisch nadenken en problemen efficiënt oplossen (wetenschappelijk onderzoek heeft trouwens aangetoond dat kinderen die veel schaken vanaf jonge leeftijd later veel minder problemen hebben op school). Ook leert het kind in de competitie de elementaire regels van sportiviteit en van gezonde concurrentie. Bovendien kan het in de club en op de tornooien eenvoudig nieuwe vriendjes maken.

Het is de bedoeling dat de kinderen de basisregels van het schaakspel al onder de knie hebben als ze in de club komen. Dit betekent dat ze de loop van de stukken, mat, de rochade en de en passant regel moeten kennen. Een echte minimumleeftijd is er niet maar meestal zijn de jongste kinderen zes jaar. Als een kind op de hoogte is van de spelregels, nemen we een proef af waaruit moet blijken of het kind klaar is om de lessen in de club te volgen.

De praktijk: partijen spelen

Wie enkel de lessen volgt en weinig of geen partijen speelt, zal geen progressie maken als schaker. Daarom kunnen de kinderen tijden de les partijen tegen mekaar of tegen de leraar spelen. Zo kunnen ze de opgedane theoretische kennis toepassen in de praktijk en leren ze ook met een klok werken, hun zetten noteren en natuurlijk niet onbelangrijk, een tegenstander psychologisch (zij het uiteraard sportief) aanpakken. Binnen de club organiseren we voor de jeugdspelers ook twee maal per jaar een jeugdclubkampioenschap.

Nog belangrijker is om deel te nemen aan de verschillende jeugdtornooien die in gans Vlaanderen georganiseerd worden. De bekendste zijn de tornooien die deel uitmaken van het Jeugdcriterium. Bij elk tornooi proberen we als club met een maximaal aantal kinderen deel te nemen.

Voor de echte beginners worden er sinds enkele jaren zogenaamde ‘debutantentornooien’ georganiseerd. Hier leren nieuwe schakers hun eerste ervaringen opdoen achter het schaakbord door partijtjes te spelen tegen andere beginners uit andere clubs.